De Bijen

De bijen waarmee ik imker zijn Apis Mellifera Carnica. Dit is een honingbij die zijn oorsprong vindt in Slovenië. Het is een ras dat voor de imker fijne eigenschappen heeft.

Producten

Bijen kunnen verschillende natuurproducten leveren. Naast honing produceren ze ook bijenwas, propolis, pollen (stuifmeelkorrels) en koninginnengelei.

Honing wordt door de bijen verzameld als voedsel. In de lente en zomer leggen ze grote voorraden aan om de drachtloze periode in de winter te overbruggen. Honing is bekend als zoetstof maar kent ook verschillende medicinale toepassingen.

Bijenwas gebruiken de bijen om hun raten mee te bouwen. De was maken ze zelf. Ze zweten wasplaatjes uit aan de onderkant kan hun achterlijf. Deze kneden ze vervolgens met hun kaken en wordt dan verwerkt tot raat. Wij gebruiken bijenwas onder andere voor kaarsen, crèmes en boenwas.

Propolis is een soort kit die de bijen maken. Ze maken dit van sap en hars van planten en bomen. Het wordt door de bijen gebruikt om naden te dichten, maar ook als eigen apotheek. Het wordt door de bijen als natuurlijk antibioticum gebruikt en verontreinigingen of indringers in de kast worden gepropoliseerd om ziekteverwekkers en schimmels te neutraliseren. Voor ons als mensen kent propolis ook vele medicinale toepassingen.

Pollen worden door de bijen verzameld als voedsel. Bij het bezoek aan bloemen blijft er stuifmeel aan de bij hangen. De bij veegt met haar poten de stuifmeelkorrels naar de achterpoten, waar het terecht komt in het pollenkorfje. Bij thuiskomst in de bijenkast deponeert ze dit in een cel. Dit wordt dan door jonge bijen verder aangestampt en als de cel vol is afgedicht met honing. In deze vorm heet het bijenbrood en wordt het gebruikt om de bijen en larven mee te voeden. Stuifmeel bevat ook voor de mens veel essentiële voedingsstoffen en mineralen en wordt als voedingssupplement gebruikt.

Koninginnengelei is een door voedsterbijen geproduceerd voedersap met een speciale samenstelling. Alle bijenlarven krijgen dit de eerste 3 dagen gevoerd. Alleen de koningin krijgt dit haar hele leven. De toediening van koninginnengelei bepaalt of een larve een koningin wordt of een werksterbij. Royal Jelly wordt door mensen gebruikt als voedingssupplement.

Levenswijze

Een bijenvolk heeft 1 moer (koningin), duizenden werksterbijen (vrouwelijk) en een paar honderd darren (mannelijk). De moer is de enige die eitjes legt. Alle andere werkzaamheden worden door de werksters uitgevoerd (wasproductie, verdediging, voedsel verzamelen, nestbouw, cellen poetsen). De darren zijn er alleen in het voorjaar en de zomer en hebben als enige taak de koningin te bevruchten.

De moer wordt tijdens de bruidsvlucht bevrucht door verschillende darren. Dit gebeurt eens in haar leven. Het sperma wordt opgeslagen in de spermablaas en hier put ze de rest van haar leven uit. De moer kan 2 soorten eitjes leggen: bevrucht en onbevrucht. De onbevruchte eitjes worden darren. Bevruchte eitjes worden werksters of koninginnen afhankelijk van het dieet dat ze krijgen. De moer kan rond de 2000 etjes per dag leggen.

Als je naar een bijenvolk als geheel kijkt, plant het zich voort door zich op te splitsen. In het voorjaar bij goede dracht vormt de koningin met een flink aantal werksters een zwerm. Deze gaat op zoek naar een nieuwe nestruimte. In de oude ruimte zijn op dat moment koninginnencelllen aanwezig die voor het achterblijvende volk een nieuwe koningin leveren.

In de winter zitten de bijen op een kluitje, de wintertros genaamd. Deze bestaat uit de moer en ongeveer 10.000 werksterbijen. Eind juni is het nest toegenomen tot 45.000 tot 60.000 bijen per kast.

Werkzaamheden imker

De werkzaamheden van de imker zijn erop gericht om de bijen een zo gezond en prettig mogelijk leven te geven teneinde van de overvloed te kunnen profiteren.

Sinds de jaren 80 is de varroamijt een bedreiging van onze honingbijen. Dit is een parasitaire mijt overgekomen uit Azië. Zij planten zich voort in het broed van de bijen en zorgen op die manier voor beschadigde bijen die zwak zijn en vatbaar voor allerlei ziektes. Een van de taken van de imker is het om deze mijten te bestrijden zonder dat dit de kwaliteit van honing beïnvloed.

Een van de andere taken van de imker is het verhinderen of beter gezegd het sturen van de zwermneigingen. Het volk wil zich in de lente opsplitsen om zich op die manier voort te planten. Dit is nadelig voor de honingproductie, omdat een groot deel van het volk vertrekt. Ook is dit een potentiële bron van overlast voor de omgeving.

Het oogsten van honing is misschien wel de bekendste taak van de imker. Dit gebeurt na de lentedracht en na de zomerdracht. Daarna moet de imker ervoor zorg dragen dat de bijen goed kunnen inwinteren. Dat wil zeggen dat er voldoende voer in het nest aanwezig is om de periode tot de lente te kunnen overbruggen.